Robert Slijfer ...van alles en nog wat...

Korte Verhalen

Een Beetje Veel Water

Negen uur en tien minuten. Ik keek nog eens goed naar die fel gekleurde rode cijfers op mijn nieuwe digitale wekker. Ik had het helaas goed gezien en het liefste had ik dat kreng toen al tegen de muur stuk gegooid. Had ik eens een lekker vrij weekend, werd ik om tien over negen 's morgens uit mezelf wakker, zelfs zonder dat die wekker afgegaan was en het ergste van alles was wel: ik was klaar wakker. Ik lag plat op mijn rug en staarde naar het witte plafond en ondanks enkele verwoeste pogingen om toch nog wat te gaan slapen, al was het maar een klein uurtje, liepen tot werkelijk niets uit. Na wat gedraai, dekens los getrokken en het kussen diverse keren opnieuw opgeklopt te hebben besloot ik uiteindelijk dan toch maar om op te gaan staan, al had ik er totaal geen zin in. Ik had daags ervoor mezelf nog  beloofd om uit te slapen en nog niet een zo zuinig ook. Zelfs mijn eigen beloftes kon ik nog niet eens na komen, laat staan de beloftes die ik aan andere mensen deed, of is dat weer niet te vergelijken met elkaar. Lichtelijk geïrriteerd, op mezelf natuurlijk, zat ik spoedig op de rand van mijn bed en probeerde te bedenken hoe ik vandaag mijn tijd enigszins redelijk nuttig en positief kon indelen. 's avonds ging ik met vrienden stappen, dat was al dagen geleden afgesproken, maar wat ik in de tussentijd ging doen wist ik absoluut nog niet, althans op dat moment nog niet.



Op mijn gemak, ik had tenslotte alle tijd van de wereld, ging ik mij wassen en tanden poetsen. Eenmaal voor mijn klerenkast aanbeland vroeg ik me af wat ik vandaag eens aan ging doen. Een belangrijke factor bij het kiezen van de te dragen kleding is het weer buiten, met name de temperatuur. Terwijl ik mijn blauwe spijkerbroek aandeed liep ik richting mijn raam, die nog geen drie meter van me af was, ik schoof de donker groene gordijnen wat opzij en keek naar buiten. Wat ik zag bracht mijn, nog niet zo lang wakker zijnde hersenen, een beetje van streek. De zon scheen verblindend fel in mijn ogen, hoog in de lucht was warempel geen wolkje, hoe klein, of groot, dan ook, te bekennen. Goed begin van de dag zou je natuurlijk dan zeggen. Maar en nu komt het, de hele tuin van de buurman was een grote modderpoel geworden. Mijn tuin lag een stuk hoger, dus ik had gelukkig geen problemen. Mijn ogen zagen dus dingen, die mijn hersenen nog niet konden bevatten. Iets in mij zei dat er uiteraard iets fout zat, maar wat? Ik schoof de gordijnen nu helemaal opzij en opende de raam om eens goed naar buiten te kunnen kijken. Als je goed keek zag je dat er een kleine stroming inzat. Er kwam dus nog steeds water bij en dat water moest toch ergens vanaf komen, zover ik kon en veilig was, ging ik uit het raam hangen en zag tot mijn schrik dat het water van onder de achterdeur naar buiten sijpelde. Het kwam dus van binnen. Op dat moment greep ik een willekeurig t-shirt uit de kast en kleedde me snel verder aan terwijl ik de trap af liep. In een reflex greep ik mijn huissleutels.
Ik geloof dat, vanaf het moment dat ik door kreeg wat er was en dat ik bij de buurman het tuinpad aan de voorkant, amper twee minuten voorbij waren. De gordijnen waren bij hem, zoals altijd, gewoon open. In een flits zag ik dat de situatie veel erger was dan ik in eerste instantie ingeschat had. Had ik eerst de hoop dat het water afkomstig was vanuit de keuken, nu zag ik het water gewoon, wat je gewoon noemt, van de houten open trap in de woonkamer naar beneden stromen. Zo'n beetje alles wat je maar kon voorstellen dreef over de, inmiddels gekromde en niet meer te herstellen, laminaat vloer. Op de salon tafel zag ik een lege fles whisky staan. In vijf stappen was ik bij de voordeur en belde overdreven lang aan. "Als hij die maar hoort" dacht ik nog bij mezelf, ik draaide me om en zag gelukkig zijn grijze auto voor de deur staan "hij is dus thuis," dacht ik met een redelijk gerust hart. Met mijn oor tegen het glas van de deur aan gedrukt luisterde ik of er ook maar enige reactie in het huis te horen was, maar het bleef helaas te lang angstig stil. Er waren in werkelijkheid maar een aantal seconden voorbij, maar mijn gevoel was toch heel anders. Weer belde ik overdreven lang aan en met de andere hand bonkte ik, zo hard als ik kon, op de massief houten voordeur, dit moest hij toch echt horen, dat kon niet anders. Ik weet niet meer hoe vaak ik dit herhaalt had maar toen ik op het punt stond om de politie te bellen, ik vreesde dat er iets met de buurman gebeurt was, hoorde ik ineens een flinke portie geschreeuw en gevloek en allerlei andere woorden die ik hier maar niet zal herhalen. Terwijl ik een paar stappen achteruit zette, zodat ik de trap in de woonkamer kon zien, zag ik hem al tierend, maar redelijk voorzichtig, tussen het nog stromend water door, de trap afkomen. Hij liep zo voorzichtig mogelijk als hij kon, de houten trap treden waren namelijk glad. Alles ging goed, tot hij bij de laatste tree aanbeland was, om de een of andere reden verloor hij het evenwicht en hij deed er alles aan om dit weer te herstellen. Dit alles helaas zonder positief resultaat en hij viel met een behoorlijke smak voorover en belande op de houten vloer waar een flinke laag water op stond, het water spatte alle kanten op. Dit tafereeltje zag er, uiteraard achter gezien, best wel geinig uit. "Leuk voor Youtube" zou je bijna kunnen zeggen. Met een hoop bombarie krabbelde hij weer overeind en liep rechtstreeks door naar de keuken. Enkele seconden later stond hij midden in de kamer en wist op dat moment geen raad. Hij keek radeloos om zich heen en wist niet wat te beginnen. Weer liep hij naar de keuken en bleef zeker twintig seconden buiten beeld, daarna kwam hij weer de kamer in. Rug voorover gebogen en keek redelijk wazig om zich heen, ondertussen liep nog steeds het water van de trap naar beneden. Hij zag het niet. Op dat moment bonkte ik op het raam om zijn aandacht te trekken en wees met mijn rechterhand naar de trap. Hij begreep het nog steeds niet en kwam vervolgens door het water naar de voordeur. "Waar komt al dat water vandaan," was het eerste wat hij in paniek zei. Ik haalde mijn schouders op en wees naar boven, richting de trap "ik denk van boven," antwoordde ik hem. Hij keek ook die kant uit en leek even na te denken. Ik vond het eigenlijk wel vreemd dat hij zelf niet door had waar het water vanaf kwam. Plotseling sloeg hij met zijn vlakke hand tegen zijn voorhoofd en draaide zich snel om. "Natuurlijk," hoorde ik hem nog zeggen, daarna zag ik hem alweer de trap op lopen.
Voorzichtig zette ik binnen een voet neer. De gang die naar de woonkamer liep was toch zeker tien centimeter hoger dan de vloer van de woonkamer zelf. Dat verklaarde natuurlijk waarom er niets via de voordeur naar buiten stroomde. Het was een ravage in de woonkamer. De vloer kon helaas echt als verloren beschouwd worden, maar dat gold ook voor veel van de meubels die van hout waren. Gelukkig stond er geen elektronica op de vloer, anders was hij waarschijnlijk nog verder van huis geweest. Op dat moment verscheen hij weer bovenaan de trap "badwater" riep hij van boven "die stond al sinds gisteravond rond een uur of negen aan" en hij keek vanaf daar naar de ravage in de woonkamer. Onbegrijpelijk en beduusd schudde hij lichtelijk nee met zijn hoofd. "Om elf uur komt Chantal weer thuis. Ik had haar nog zo beloofd op het huis te letten toen ze vorige week weg ging. Ik keek op mijn horloge "half tien" mompelde ik, "dit is dus ruim twaalf uur water en maar anderhalf uur om het op te ruimen". Voorzichtig liep hij weer naar beneden en deed nu nog meer zijn best om niet weer te vallen. Deze keer ging het gelukkig goed. "Dat ga ik uiteraard niet redden." Ik schudde ook nee met mijn hoofd en als dat nog niet alles was zei ik ook nog "ga niet in de tuin achter kijken, het water liep via de achterdeur naar buiten. Daardoor zag ik het." Hij haalde zijn schouders op "dit wordt verzekerings werk. Het ergste vind ik eigenlijk wel dat de laminaat vloer er pas een week inlicht. "Auwa!" was mijn reactie. "Wat is er nu precies gebeurt" vroeg ik hem, uiteraard wilde ik dat als rampbezoeker graag weten. De mens is van nature nieuwsgierig ingesteld. "Dom," zei hij en kwam naast me staan. Het water dat naar beneden kwam nam al redelijk af, je hoorde nu het water niet mee stromen, maar druppelsgewijs naar de volgende treden vallen, het geluid werd er niet minder irritant van. "Ik had gisteravond" vervolgde hij zijn relaas "de bad kraan aangezet zodat hij vol kon lopen. Aangezien dat altijd vrij lang duurt ben ik nog naar zolder gegaan, daar staat mijn computer, om mijn e-mail te controleren. Vervolgens ben ik het bad dus helemaal vergeten. Maar dat is nog niet een het ergste van alles. Ik ben voor de computer in slaap gevallen, ik werd van de bel en het gebonk van jou wakker." Hij was even stil "volgende keer moet ik toch echt minder whisky drinken als ik alleen ben.
Ik keek hem aan en voordat ik wat kon zeggen ging de telefoon. "Hoi schat... Ben je nu al op het station? ... Of alles goed is gegaan?" Hij werd even stil en keek mij vragend aan, eerder smekend, alsof hij naar de juiste woorden zocht en mijn hulp op dat moment heel hard kon gebruiken. Ik kon het me natuurlijk wel voorstellen want hoe leg je dit uit. Maar zelfs ik wist op dat moment niet de juiste woorden voor hem. "Weet je," stotterde hij. "Ik kan je op dit moment onmogelijk halen. Ik bel..." hij was op slag stil, trok lijk wit weg en enkele ogenblikken later legde hij verbijsterd de hoorn neer. Hij zei niets, zelfs niet toen hij naast mij kwam staan. Vijf lange minuten was hij stil en bleek na te denken. "Ze denkt dat ik vreemd ga en hier nu nog een andere vrouw is." Zei hij uiteindelijk, dat was dus werkelijk het laatste wat ik verwachte te horen. Op dat moment besloot ik wijselijk mijn mond te houden want ik wist van mezelf dat ik in sommige situaties vrij tactloos uit de hoek kon komen en in dit geval zou dat hem beslist niet kunnen helpen, in het slechtste geval zou het zelfs nog verder kunnen escaleren. "Help me, wat moet ik doen," vroeg hij vervolgens radeloos. "Haal haar op, dan kan ze het zelf zien!" Hij begon keihard te lachen, al vond ik persoonlijk dat het nog niet eens zo'n slecht idee was. "Als zij dit zo aantreft..." hij werd even stil "dan praat ze weken niet met me." Wat de beste keuze op dat moment was wist ik ook niet. "En wat als ze blijft denken dat hier een andere vrouw is? Ik denkt dat ze je dan nooit meer wilt zien!" Hij keek mij bedenkelijk aan en knikte daarna lichtelijk 'ja'. "Dan zit er niets anders op dan haar te halen lijkt mij," was zijn antwoord. Gelijktijdig draaide hij zich om en greep de autosleutels van een haakje. Hij liep de woonkamer in en door het glas zag ik dat hij aan het bellen was. Ik zou niet graag in zijn schoenen willen staan. Nog geen minuut later trok hij de deur achter zich dicht en liep naar zijn auto. In al die tijd had hij geen woord meer tegen mij gezegd en was hij diep in gedachten verzonken. Ik wachtte tot hij de straat uitgereden was en liep vervolgens terug naar mijn eigen huis, ja, wat moest ik anders doen.
Ik geloof dat we inmiddels een half uur verder waren, via mijn ooghoeken zag ik de buurman zijn auto parkeren en eigenlijk nog voordat hij echt stil stond vloog Chantal de auto uit en rende naar hun voordeur. Ik wist me niet echt raad en liep ook maar naar voren, wellicht dat ik ze ergens mee kon helpen. Buiten stond Chantal voor de raam naar binnen te kijken en de tranen stroomde over haar wangen. Ik kon het me heel goed voorstellen hoe ze zich op dat moment voelde. Hij kwam naast haar staan en legde zijn arm over haar schouders. Ze kroop dicht tegen hem aan en zocht naar genegenheid. Op dat moment kwamen twee auto's aanrijden, die tegenover het huis parkeerde. Familie.